Patroon maken

Maak een omtrek van de mal voor de bodem op patroonpapier, markeer ook de streepjes die op de mal staan.
Vergroot ¼ deel met 0,5 cm.

Zet de verticale lijn op de gemarkeerde streepjes.

Zet een lijn links van het midden op 1 cm.

Zet een lijn rechts van het midden op 5 cm.

Zet de horizontale lijn op de gemarkeerde streepjes.

Vouw het papier in vieren.

Knip het patroon uit op de stippellijn.

Herhaal bovenstaande met de mal voor de top.

Je hebt nu de patronen waarmee je de hoesjes voor top en bodem gaat maken.

Teken het patroon voor de flap:

Zet op patroonpapier een lijn met de lengte van ‘hoogte flap’ (staat op je lijstje), markeer het midden.

Haaks op deze lijn, in het midden zet je een lijn van 12 cm.

Haaks op deze lijn zet je nogmaals een lijn van 12 cm.

Langs de langste lijn zet je, aan de binnenkant evenwijdig een lijn op 1 cm.

Trek de schuine lijnen.

Knip het patroon voor de flap uit.

Volgende→